Hieronder wordt het installatieproces van Oracle® 8.0.5 en Oracle® 8.0.5.1 Enterprise Edition voor Linux® op een FreeBSD-machine beschreven.
Uit de Portscollectie dienen emulators/linux_base en devel/linux_devtools
geïnstalleerd te zijn. Als er problemen zijn met deze
ports, kan het zijn dat de pakketten of oudere versies uit de
Portscollectie gebruikt moeten worden.
Om de intelligente agent te draaien, moet ook het Red Hat
Tcl package geïnstalleerd worden:
tcl-8.0.3-20.i386.rpm. Het algemene
commando om pakketten te installeren met de officiële
RPM port (archivers/rpm) is:
# rpm -i --ignoreos --root /compat/linux --dbpath /var/lib/rpm packageDe installatie van het package
hoort foutloos te verlopen.
Voordat Oracle® geïnstalleerd kan worden, moet een juiste omgeving opgezet worden. Dit document beschrijft alleen welke speciale dingen gedaan moeten worden om Oracle® voor Linux® op FreeBSD te draaien, en niet wat beschreven staat in de Oracle® installatiehandleiding.
Zoals beschreven staat in de
Oracle® installatiehandleiding
moet de maximale grootte van het gedeelde geheugen ingesteld
worden. Op FreeBSD moet SHMMAX niet gebruikt
worden. SHMMAX wordt slechts uit
SHMMAXPGS en PGSIZE
berekend. Daarom dient SHMMAXPGS
gedefinieerd te worden. Alle andere opties kunnen gebruikt
worden zoals in de handleiding staat beschreven.
Bijvoorbeeld:
Deze opties kunnen naargelang het gebruik van Oracle® ingesteld worden.
Ook de volgende opties dienen in het kernelinstellingenbestand te staan:
Creeër een oracle account op
dezelfde manier als elk ander account. Het
oracle account is alleen bijzonder in
het opzicht dat het een Linux® shell moet hebben. Dat kan
door /compat/linux/bin/bash toe te voegen
aan /etc/shells en de shell voor het
oracle account in te stellen op
/compat/linux/bin/bash.
Naast de normale Oracle®
variabelen als ORACLE_HOME en
ORACLE_SID moeten de volgende
omgevingsvariabelen ingesteld worden:
| Variabele | Waarde |
|---|---|
LD_LIBRARY_PATH | $ORACLE_HOME/lib |
CLASSPATH | $ORACLE_HOME/jdbc/lib/classes111.zip |
PATH | /compat/linux/bin;
/compat/linux/sbin;
/compat/linux/usr/bin;
/compat/linux/usr/sbin;
/bin;
/sbin;
/usr/bin;
/usr/sbin;
/usr/local/bin;
$ORACLE_HOME/bin |
Het is aan te raden om alle omgevingsvariabelen in
.profile in te stellen. Een volledig
voorbeeld is:
Wegens een kleine inconsistentie in de Linux® emulator
moet de map .oracle aangemaakt worden
in /var/tmp voordat het
installatieprogramma wordt gestart. De gebruiker
oracle moet de eigenaar van deze map
zijn. Nu hoort Oracle® zonder
problemen te installeren. Bij problemen dienen eerst de
Oracle® distributie en/of de
instellingen gecontroleerd te worden! Nadat
Oracle® is geïnstalleerd,
moeten de patches uit de volgende twee secties
geïnstalleerd worden.
Een veelvoorkomend probleem is dat de adapter voor het TCP-protocol niet goed is geïnstalleerd. De consequentie daarvan is dat er geen TCP-listeners gestart kunnen worden. De volgende acties helpen om dit probleem op te lossen:
# cd $ORACLE_HOME/network/lib
# make -f ins_network.mk ntcontab.o
# cd $ORACLE_HOME/lib
# ar r libnetwork.a ntcontab.o
# cd $ORACLE_HOME/network/lib
# make -f ins_network.mk installHierna dient root.sh nogmaals te
draaien!
Als Oracle®
geïnstalleerd wordt, worden sommige acties die als
root moeten worden uitgevoerd
geregistreerd in een shellscript met de naam
root.sh. Dit script komt in de map
orainst te staan. De volgende patch
dient uitgevoerd te worden op root.sh om
het de juiste locatie van chown te laten
gebruiken of als alternatief kan het script onder een
originele Linux® shell gedraaid worden
Als Oracle® niet vanaf
een CD-ROM wordt geïnstalleerd, kan de broncode van
root.sh aangepast worden. Die heet
rthd.sh en staat in de map
orainst in de broncodestructuur.
Het script genclntsh wordt gebruikt om
é´n enkele gedeelde bibliotheek voor de
cliënt aan te maken. Het wordt gebruikt tijdens het
maken van de demonstraties. Met de volgende patch wordt de
definitie van PATH uitgecommentarieerd: